Goed nieuws voor vennootschappen: te lage bezoldigingen niet langer fiscaal afgestraft

Goed nieuws voor vennootschappen: te lage bezoldigingen niet langer fiscaal afgestraft

Op 4 april 2019 heeft de Kamer van plenaire vergadering het wetsvoorstel goedgekeurd waarin de heffing van 5,10 % definitief verdwijnt.

Voor de boekjaren die starten vanaf 1/01/2018 zijn er nieuwe vennootschapsbelastingtarieven van toepassing. Een van de aangepaste voorwaarden om aanspraak te maken op het nieuwe verlaagde tarief heeft plaats gevonden in de bezoldiging van de bedrijfsleider natuurlijk persoon. De andere voorwaarden van het verlaagde tarief worden nu niet verder besproken.

Bij een minimale bezoldiging van een bedrijfsleider natuurlijk persoon van € 45.000 (of € 75.000 bij meerdere mandaten) zijn volgende verlaagde tarieven van toepassing:

  • 20,40 % op eerste schijf van € 100.000 belastbaar inkomen
  • 29,58 % op alles boven € 100.000 belastbaar inkomen

Bij een onvoldoende bezoldiging zal de vennootschap getaxeerd worden aan 29,58 %, zijnde het nieuwe gewone tarief vennootschapsbelasting.

Daaraan gekoppeld was er een extra aftrekbare heffing van 5,10 % bij onvoldoende bezoldiging.

Vanaf heden zal de vennootschap geen extra heffing van 5,10 % moeten betalen bij ontoereikende bezoldiging van € 45.000. De € 75.000 bezoldiging voor bedrijfsleiders met meerdere mandaten verdwijnt hierdoor ook.

De andere voorwaarden voor het verlaagd tarief blijven wel van toepassing. 

Deze maatregel gaat in werking met terugwerkende kracht, alsof de heffing van 5,10 % nooit bestaan heeft.