Ploegenarbeid in bouw- en aanverwante sectoren: maatregel eindelijk toepasbaar!

Ploegenarbeid in bouw- en aanverwante sectoren: maatregel eindelijk toepasbaar!

Enige tijd geleden werd de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid uitgebreid naar de bouw- en aanverwante sectoren. Een foutieve indexeringsregel in de oorspronkelijke wetgeving verhinderde echter dat de maatregel in de praktijk kon toegepast worden. Door de publicatie van de wet van 28 april 2019 wordt dit probleem nu verholpen.

 

De fiscale vrijstelling voor ploegenarbeid opgefrist

Om de meerkost van nacht- en ploegenarbeid te compenseren werd destijds een gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in het leven geroepen als fiscale stimulans voor de werkgever.

Oorspronkelijk was deze maatregel voornamelijk van toepassing in een industriële context (bv. fabrieken) en konden de bouw- en aanverwante sectoren er nagenoeg nooit van genieten.

 

Uitbreiding van de vrijstelling tot de bouw- en aanverwante sectoren

Toen in het kader van de taxshift onderhandeld werd over een maatregel om de loonkosten in de bouwsector te verminderen, werd onmiddellijk gedacht om dit via de gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing te realiseren.

Daartoe moest de klassieke definitie van ‘ondernemingen waar ploegenarbeid wordt verricht’ echter verruimd worden tot ondernemingen waar de werknemers ‘in ploegen’ (volgens een eigen definitie) werken in onroerende staat verrichten op werven. De definitie van ‘ploegenarbeid’ werd bijgevolg als volgt aangevuld (retro- actief sinds 1 januari 2018):

 

  • de onderneming moet het werk verrichten in één of meerdere ploegen van minstens twee personen die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
  • de werknemers verrichten werken in onroerende staat op locatie (op werven) en,
  • voor deze werknemers wordt een bruto-uurloon van minstens 13,99 euro in 2019 (basisbedrag: 13,75 euro) gelijkgesteld met een ploegenpremie.

 

Opgelet! Om van de maatregel te kunnen genieten, moeten alle werknemers die een ploeg vormen aan bovenstaande basisvoorwaarden voldoen. Voldoet één van hen hier niet aan, dan kan de vrijstelling ten aanzien van geen enkele werknemer toegepast worden. Deze basisvoorwaarden worden immers op gezamenlijke basis beoordeeld.

Niet alleen de bouwsector in strikte zin (PC 124), maar dus ook aanverwante sectoren (elektriciens, loodgieters, schilders, decorateurs, schrijnwerkers,…) komen in aanmerking voor de maatregel.

Beide definities (zowel de klassieke definitie van ploegenarbeid als bovenstaande specifieke definitie voor de bouw- en aanverwante sectoren) bestaan naast elkaar.

 

Ter herinnering: wat is het vrijstellingspercentage?

Om budgettaire redenen is het vrijstellingspercentage van de bedrijfsvoorheffing in deze context (ploegenarbeid in bouw- en aanverwante sectoren) beperkter dan voor gewone ploegenarbeid, maar het zal geleidelijk als volgt worden verhoogd:

 

  • Vanaf 1 januari 2018: 3% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van alle betrokken werknemers;
  • Vanaf 1 januari 2019: dit percentage wordt opgetrokken tot 6 %;
  • Vanaf 1 januari 2020: dit percentage wordt opgetrokken tot 18 %; 

 

Wat doet Kmo Team HR Focus voor u?

Kmo Team HR Focus berekent de gedeeltelijke vrijstelling van de betaling van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en past ze toe voor uw onderneming. Dat gebeurt echter niet automatisch! Wij hebben de schriftelijke bevestiging van jouw firma nodig!

Indien je denkt in aanmerking te komen voor deze maatregel of je hebt nog vragen met betrekking tot bovenstaande,  contacteer dan zeker even je dossierbeheerder.